the Quest for the Jadebooks in Heaven

Het Smaragden Boek
Onder water zijn is maar vermoeiend

Na een tweede golf vieze waterbeestjes te verslaan werden we inmiddels erg moe. Alles was zwaar en moeilijk. We zwommen maar snel door naar Fyl, of wat we denken dat Fyl is. Er lijkt een magisch, zacht licht uit de stad op te stijgen. In de stad praat Gamma met een stuk zeewier, wat hem weet te vertellen dat er alleen van die vieze vismonsters in de stad zwemmen en zeemeerminnen.

Er is een grote toren in dit deel van de stad, dus daar zwemmen we maar naar toe. Onderweg kom ik een winkel tegen die waarschijnlijk een voormalige smidse is. Daar is alles weggeroest, behalve een mooie pijl die ik vind. Kan ik een keer afschieten. Niemand van ons gebruikt helaas een boog, maar ik kan er wel een keer een meenemen, I guess.

In de richting van de Sera-tempel voelt Gamma de aanwezigheid van het boek! Heftig… We zwemmen er maar snel naartoe. De tempel blijkt aan een groot plein te liggen, waar ook die grote toren staat.

In de tempel is een achthoekige kamer met een spiegel. Je blijkt door de spiegel heen te kunnen stappen in een andere versie van de kamer. Na een tijdje puzzelen pakt Schnoda de spiegel van de muur en hangt hem aan een andere muur (alle muren blijken voorzien van spijkertjes!) We zien dan een of ander eng monster op het voetstuk dat in het midden van de kamer staat! (In onze kamer is dit voetstuk leeg.) Snel haalt Schnoda de spiegel weer van de muur.

In alle kamers blijkt dit te zijn:

1. (is de deur)
2. Beker (kelk) met deksel
3. Monster (minotaur-achtig)
4. Doosje met paars/zwarte rozen (blijkt een lok blond haar in te zitten)
5. Leeg
6. Monster op voetstuk (geil vrouwtje in ijzeren harnas)
7. Monster (Kale man met tranenmakeup)
8. Schaal (doopvont-achtig)

Alle monsters lijken ons niet zo te mogen. Gelukkig is Schnoda steeds erg handig met het op tijd weghalen van de spiegel. Ondanks dat hij één brok spieren is, en ik een klein scharminkeltje, lijkt hij evenveel last van het zwemmen de hele tijd te hebben als ik. Zo blijkt maar weer dat het hebben van al die spieren zwaar overrated is!

Op een gegeven moment duurde het allemaal erg lang en dwaalde ik een beetje af. Daar kreeg ik spijt van, want opeens was Gamma verdwenen! De grote doopvont ingesprongen, zo bleek. Xurqyn kreeg het idee om een commando aan de doorpvont te geven, en zei “Ik wil Gammatur zien!” En zowaar, Gamma kwam in zicht! Die logica volgende zei hij toen “Smaragden boek!”, en zowaar, het boek verscheen! Helaas was zijn volgende intelligente idee om het doopvont in te springen, en toen waren alleen ik en Schnoda over. Ik dacht even heel goed na… Een commando, iets in de gebiedende wijs… Dat had ik eerder gehoord! Ik las nog eens even de samenvatting van gisteren door in mijn hoofd en toen had ik het. “Vergeef me!” En het boek dwarrelde naar het oppervlakte. Best tof!

Ik vond het wel riskant om het boek te pakken, echter. Ik vertrouwde het niet, dat boek zag er eng uit en al twee van m’n vriendjes waren opeens de kelk ingesprongen. Dus ik vroeg Schnoda om het boek te pakken, want hij kan veel meer pijn verdragen dan ik. Hij liet het boek alleen gelijk vallen en zwom er zo snel mogelijk vandaan! Best kut. Bovendien begon de tempel in te storten. Ik zwom dus snel naar de kelk, riep “Gamma, vergeef me!” en “Xur, vergeef me!”, waarna ze gelukkig uit de kelk gespuwd werden. Ik pakte het boek en begon zo snel mogelijk naar buiten te zwemmen, maar ik voelde opeens ook een enorme, brandende angst, en moest het boek op de grond laten vallen. Met gezamelijke kracht wisten we gelukkig het boek en onszelf wel buiten te krijgen. Eenmaal buiten gooide ik een net over het boek en slingerde dat over m’n schouder. Snel zwommen we naar boven, met wat hulp van in eerste instantie gemene en daarna wat lievere zeemeerminnen.

Boven water gekomen klein plaatsje, met dwergen. Qiña. We zien ook een bergwand, waar we uit concluderen dat we naar het westen zijn gegaan, naar de uitstekende . In de bergen zien we mooie toren in Arabische stijl met een weg ernaartoe.

View
The Slag om Or & de diepte
De geur van het Smaragdenboek wordt sterker en sterker!

We aanschouwen nu het grote licht, in de vorm van een gigantische padestoel boven het water uit komen. We gaan in een kring zitten, met kaarsen aan, en bidden tot Moradin. Hij vertelt ons dat we naar het licht moeten reizen, en dat we het bijzondere artifact van Igrog, een doordrenkt vel papier, beter moeten bekijken. Met veel meditatie en een voorzichtige hand, weet ik het bloed van Igrog er uit te halen en al snel blijkt dat het een boodschap is van Demorian zelf, een code:

3Groots en sterk is deze Machtige Rivier uit het Noorden
4 Meanderend door het blond land van mijn gelijkende soorten
6 Reisde ik door de mytische stad van de Ullor Elven
1 Op wel naar de Hemelse Poorten
2 Verrast door de behulpzame elvenmaagd
4 Bracht zij mij naar haar dorp met zorg en gevoel
1 Tot ik me uiteindelijk hier besefte, dat ik niet was geslaagd

3 Het hoogst schijnende doel
7 Bleek niets vergeleken die gast-vrije plek in de bergen."

Het bleek dat elke zin een naam of een plaats was die voor Demorian veel betekende. Samen met de cijfers, die aangaven welke letter uit die plaats/naam gekozen moest worden, werd zo de zin: “Vergeef me” geschreven. De letter “F” was hier vooral belangrijk: dit was de namelijk de plek waarop bij besefte dat hij niet was geslaagd, en dus waar hij als laatste was en het Smaragden boek misschien ligt! Dat moet dus wel Fyll zijn!!

Vol nieuwe energie en doel gerichtheid, galloperen we, met brandend wierrook in onze handen, door de zeeen van geesten. Elke geest is een ongelukkige burger van Fyll geweest op het moment van de stortvloed. Met behulp van Gammathur’s magie rennen we over het water, en daarna zwemmen we als vissen, met paard en al, de diepte in, Fyll te gemoet.

Als snel komen we gemene Naga tegen, die onze weg proberen te blokkeren. Gelukkig trekken wij moedig verder en verslaan er al een paar! Misschien is de hele stad wel in handen van de Naga! Hopelijk hebben zij het boek niet gevonden, of begrijpen ze de waarde van het boek niet goed!

View
Wit licht en spoken
Uit het dagboek van Gamathúr

Ongelooflijk. Het lijkt toch echt waar te zijn. We hebben Igrog uitgeschakeld. Nadat Kimmer hem tijdens ons gevecht in slaap had gebracht, bedacht Schnoda zich niet en hakte zo vaak op hem in dat hij veranderde in een bloederig zootje.
Helaas had ik juist daarvoor mijn staf gebruikt, waarvan ik nog niet zo goed weet hoe die nou precies werkt. Resultaat: een dode Geraldine..! Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan dat ik wéér zo roekeloos ben geweest met de elementen der natuur!
Mijn plan is om haar ooit te brengen bij een priester die haar weer tot leven kan wekken. Eén probleempje: ze is nogal zwaar. Tot die tijd dan toch maar in Or laten staan.

Ondertussen is Xurkyn heftig aan het wenen en grienen: zijn meester heeft het helaas ook niet mogen overleven. Wat een offers moesten wij toch maken! Kimmer ziet niet in waarom Xurkyn en ik zo verdrietig zijn en is al hevig in Igrog’s zakken aan het rommelen. Schnoda is buiten zichzelf van vreugde en kraait van de pret.

Uiteindelijk voegen Xurkyn en ik ons bij Kimmer, en we vinden op Igrog’s lichaam een horloge, een klein zwaard, een schild en wat goud. Ook vinden we een klein papiertje dat nu doordrenkt is van bloed, maar wat waarschijnlijk gewoon wit was. Er lijkt niets op te hebben gestaan, maar het ruikt magisch… Zou dit één van zijn communicatiewegen zijn geweest? We nemen alle spullen mee. Ook het harnas, wat weliswaar niet meer 100% intact is, mag Schnoda hebben.

Nadat ik Geraldine in een nisje heb verstopt halen we onze paarden op en gaan Kimmer en ik naar de havenwacht om verslag te doen van wat er zojuist gebeurd is. Xurkyn gaat naar de tempel van Moradin en Schnoda naar de smid om zijn oude harnas te verkopen.
Als Kimmer en ik richting de haven lopen valt het op dat er werkelijk geen enkele dorpsbewoner meer aanwezig is. Iedereen is weggevlucht en het stadje ligt er nu verlaten bij.
Bij het havenwachthuisje is het niet anders; er is niemand.
Even later voegen Xurkyn en Schnoda zich bij ons en behalve de smid is er volgens hen inderdaad niemand anders meer aanwezig. Vreemd dat de smid er dan nog wel is. Wel fijn, Schnoda is het harnas kwijt en lijkt tevreden met de deal die hij heeft gemaakt.

Omdat het nog vroeg is gaan we de stad nog even rond op onze paarden en praten met wat vluchtelingen. We kunnen hen niet overtuigen dat de stad veilig is om naar terug te keren. En tja, misschien is dat het ook niet.

Ook gaan we naar de tempel van Kretna om informatie te proberen te vinden over het Witte Wieven festival. We ontdekken daar dat de spoken die elk jaar het stadje bezoeken de onrustige geesten zijn van overledenen die tijdens de zondvloed in 1317 vastzaten in Fyll. Omdat ze niet weg konden komen, en de lichamen ook niet zijn gevonden en begraven, hebben ze geen rust en komen ze elk jaar klieren en de boel op stelten zetten hier in Or.

Vervolgens gaan we naar de marktkramen waar we vanmiddag ook waren en bekijken daar wat wierook. Xurkyn legt wat zilver op de balie en steekt wat wierook aan. We worden het niet eens over welke lekker ruikt en welke stinkt.

We gaan terug naar het havenwachthuisje en maken het ons gemakkelijk. Het huisje is redelijk groot en heeft meerdere slaapkamers. Echt fijn om eens een keer wat privacy te hebben! We vinden een paar kalenders van verschillende vrouwen en zonderen ons even af. Tja, we blijven toch mannen. Nu er weer wat spanning van af is bij ons, spreken we de wacht af en gaan slapen.

Als ik de wacht van Schnoda overneem zie ik al wel wat licht in de verte schemeren, onder het water. Ook zie ik dichte mist vlak over het water. Ik zie nog geen spoken. Volgens de verhalen zouden die na middernacht (op 8 augustus dus) tevoorschijn moeten komen. Op een gegeven moment maak ik Xurkyn wakker en vraag hem te wachten tot de ochtend en nu nog geen actie te ondernemen.

Als we met zijn allen gewekt worden door Xurkyn blijkt hij ineens enorm veel wierook te hebben gehaald.
Inmiddels zijn er wel spoken en ze komen steeds dichterbij. Ik probeer gewoon met eentje te praten maar ze zijn niet voor rede vatbaar. We gaan het gevecht met hem aan en we krijgen het voor elkaar om hem – in alle rust – naar de volgende wereld te helpen.

View
De dood van Igrog
Schnoda de gehaktmolen

We gaan op weg naar Fyl en het landschap wordt steeds Mediterraanser. ’s Nachts kamperen we op een wijd, leeg veld. Veel olijfbomen, glooiend land. Het is een rustige tocht. We komen aan in het plaatsje Or. Het is 7 augustus als we daar aankomen, na tweeënhalve dag. Het plaatsje is een beetje Turks van uiterlijk, als ik dat land zou kennen. Handelsstad.

Er worden vlaggen opgehangen in de straten, kleurrijk met grote felle patronen. We voelen ons erg welkom. Het ruikt naar zout, zeelucht. Ook wat wierrook.

We komen aan op de markt waar veel kraampjes staan van mensen die maskers verkopen. Zwarte maskers met intense ogen of een tong die er uit hangt of rare oren of hoorns. Vrij angstaanjagend. Andere kraampjes verkopen fakkels, vuurwerk, kaarsen of wierrook. Er hangt een feestelijke sfeer maar met een ondertoon die ik niet kan plaatsen.

Er worden geen offerdieren verkocht. Volgens Xur is het niet voor een god, maar het lijkt wel met bijgeloof te maken te hebben.

Gamma spreekt een koopman aan, die hem vertelt dat het morgen het Witte Wievenfeest is. Het lijkt iets met de zondvloed te maken te hebben. Elk jaar op 8 augustus komt er een gekke mist over het water waar gekke spookachtige geluiden uitkomen en gezichten zijn te zien. Men noemt hen Witte Wieven. Het festival is om te zorgen dat de mist van het land af blijft. Zo schijnt. Maar deze handelaar lijkt niet heel goed te weten. Er verschijnt ook een groot licht uit het water, zo schijnt, wat mensen toch de mist in lokt, maar die verdwijnen allemaal.

We komen er achter dat er een tempel van Hovala is, waar we naartoe gaan, maar we mogen alleen één voor één naar binnen. Ik ga eerst. Er hangen semi-doorzichtige gordijnen waar ik doorheen stap, en als ik er binnen ben mag een van de anderen ook naar binnen. Xur en ik zijn dan allebei binnen, en de plek lijkt heel erg op waar we het graf van Demorian vonden. Er is een compacte ruimte met tegen een muur een marmeren altaar met een beeld van een gesluierde vrouw. Langs de muren is kaarsverlichting en er groeien zwarte en paarse rozen. Dit komt overeen met wat we al wisten van Hovala-tempels. We mogen niet tegelijk door de deur stappen, maar verder is het niet erg als we bij elkaar horen.

Volgens Xur en Gamma hangt hier een kleine magische energie, sowieso omdat de kaarsen eeuwig branden. Een aura hangt in de ruimte waardoor je meer open staat voor jezelf, waardoor we waarschijnlijk niet zo makkelijk afgeluisterd kunnen worden.

Er staan verder nergens teksten, en er liggen geen kleden op de kale bakstenen. De muur is overwoekerd met rozenstruiken.

Na hier te zijn geweest lopen we op aandringen van Xur naar de tempel van Moradin. Hij doet iets met z’n schild en zoekt naar gewonden, maar die zijn er niet. Bovenin de tempel zitten ramen waardoor het licht recht op de bidbankjes valt. Als iemand daar bidt dan schijnt het licht van Moradin op je. Ik vind het allemaal wat overdreven, maar goed, we zijn wel op missie van Moradin dus we moeten ’m maar te vriend houden. Gamma doet een gebedje en hij zegt een positief signaal door te krijgen van Moradin wat ’m doet zeggen dat we op de goede weg zijn. Als ik vraag of hij ons ook wil beschermen tegen dat constante gespioneer van Igrog, krijgt Gamma echter een gevoel van gevaar en onrust. Dat klinkt niet best.

Als we weer buiten komen is het een beetje hysterisch en is er veel herrie. En chaos, en paniek. Mensen rennen hard door de straten, duidelijk ergens vandaan. Gamma verandert in een vogel en ziet uit de lucht een gepanserde man die een oude man aan een touwtje heeft. De man heeft op zijn schild een vrouw met gespreide benen – het teken van Igrog! Dit vertelt hij ons als hij naar ons terug vliegt, terwijl wij ons tegen de stroom mensen op vechten. Als Xur dat hoort rent hij weer eens in z’n eentje weg, zoals we dat van hem gewend zijn, en wij rennen er maar hard achteraan.

We vinden het paar op de grens van de stad, terug bij de tempel van Hovala. De man heeft een donkere mist om zich heen, en we herkennen hem als Igrog. Xur lijkt de oude man ook te herkennen, die er tamelijk gemarteld uitziet. Igrog begon iets te zeggen, maar Xurqyn stormde er al snel op af en liet hem niet uitpraten!

Na een kort gevecht waarin Igrog de oude man, Amwor zo blijkt, in een ondode veranderde, evenals een aantal dorpelingen die voorbij liepen. Ik wist Igrog aan het eind van het gevecht in slaap te fluisteren, om hem te ondervragen. Die memo bereikte Schnoda echter helaas niet, en Schnoda heeft een hekel aan Igrog. Of had een hekel, moet ik zeggen, want Schnoda zette het op een steken en hakken op Igrog en al snel was er weinig herkenbaars over… Amwor is helaas ook doodgemaakt door Xurqyn.

Gamma had ook z’n das bevroren. De naam van die das heb ik nooit zo onthouden maar Gamma lijkt er wel verdrietig om.

View
De Luna Amantis en herinnering van Demorian

In de nacht van 3 op 4 augustus sliepen we vlak bij de mooie menhirs en onze nacht bruut verstoord was door 9 ninja’s. Eentje krijgen we te pakken om te ondervragen.
Met vereende kracnten doorzoeken we zijn wikkels. Het is een humanoid en qua kleding stelt het niet zo veel voor. Ik weet niet wat het is, maar Gammathur merkt dat de kleding hoort bij een bepaalde orde, namelijk: Leden van de orde van de Gouden Regen, een religieuze organisatie die Novgo aanhangt. Onder de kleding vinden we een tattoo, het teken van Novgo.

Hij gaat rechtop zitten, maar beantwoort onze vragen niet: hij heeft geen tong! Met gebaren wordt duidelijk dat ze zijn gestuurd door Igror, en er zijn er heel veel. We noemen hem Wan Lin Tong. Hij weet niks over de drows of de druids. Blijkbaar wist Igrog waar we waren en heeft ze gestuurd.

Hij is in Dun Bulgir geweest, maar is ons niet vanaf daar gevolgd. Wan Lin probeert zelfmoord te plegen, maar Gamma en ik healen hem snel. Daarvan wordt hij wat vriendelijker, totdat het over Moradin gaat: hij is een vervent tegenstander
van Moradin. De leider van de Gouden Regen zit in de Tempel van Novgo in Dun Bulgir, Wan Lin weet niet of hun leider iets weet over het boek. We vermoorden toch maar Wan Ling, Gammathur steekt het lijk in de fik, om de resten op te ruimen.

De rest van de nacht verloopt rustig, de volgende ochtend vertrekken we naar de laatste heuvel, die ten westen van ons ligt. Rond twee uur komen we daar aan. Daar in het bos ligt een huisje van een oude dwerg met grijze baard die niet precies weet waar de menhirs zijn, maar ons wel de weg wijst naar een ander persoon op de berg en ons een sterke kaas geeft, een typisch dwergen geschenk. In het volgende huisje woont Inga, een dwergen mevrouw. Zij vertelt dat de stenen volgens verhaal alleen bij maanlicht te zien zijn. Daarna gaan we weer op weg, en al snel ziet Gammathur een druiidisch teken, die het begin van een reeks lijkt te zijn. We bekijken nog de bomen of daarin drow wonen, maar we zien niks
.
We volgen de route verder tot een meer rotsachtig gebied, met een soort rotsachtige open plek met allemaal spelonken. We gaan zo’n spelonk binnen, het is daar krap en koud en het pad cirkelt naar beneden. Uiteindelijk komen we weer buiten, er hangt daar een dichte mist op 1 meter hoogte, maar Gammathur kan daar net onderdoor kijken. We zien een roeiboot met een witte raaf erop. De raaf nodigt ons uit om in de boot te stappen en op magische wijze gaat de boot varen. De raaf geeft nog aan Kimmer door dat we naar een plek van vrede gaan.

Uiteindelijk eindigt de boot bij een eiland met de menhir cirkle. Daar zien we lange, dunne figuren met zwarte haren, zeer waarschijnlijk Drow. Het zijn zeer elegante wezens en de leidster praat in het Druiidisch met Gammathur en neemt ons mee naar de andere kant van de heuvel, naar de cirkel, daar zijn nog meer ranke dames. Ze nodigen ons uit om in hun cirkel te gaan zitten. Een van de vrouwen brengt ons drinken. Aan Gammathur vertelt ze dat het drankje vollemaans douw is, wat ons een betere maan-ervaring geeft. Het is een heel dure drank. Degene die niet goedgelovig zijn, ervaren niet zo veel,
maar Gammathur en Xurqyn ervaren helderheid en openheid.

De naam van de liedster van de Drow is Arragal. In het midden van de menhirs staat weer een kelk. De priesteres noemt het een spiegel en vertelt dat eromheen de taal van de goden is geschreven en dat maar weinig die mensen dat kunnen lezen.
Rondom de kelk staat: “Dove heerst voor eeuwig in mijn gedachten”. Arragal vraagt aan Gammathur wat ze weet van Demorian en Gammathur vertelt dat ze weet dat hij met een gestolen object de wereld onder water heeft gezet.

Arragal vertelt ons dat Demorian ook de spiegels heeft gemaakt! Alle spiegels hebben een andere functie en kracht, maar in deze spiegel heeft Demorian zijn herinneringen gestopt en deze orde bewaakt de geheimen van deze spiegel. Gammathur mag in de spiegel kijken of ze een visioen ziet in de spiegel, maar helaas ziet hij niks. Ik wordt erbij gehaald omdat ik een sterkere spirituele link hebt…maar ik zie ook niks! Verdorie, die spiegel werkt vast niet. Natuurlijk falen ook Kimmer en Schnoda.

Ik bedenk het plan om met 3 personen tegelijkertijd ons onder te dompelen in de kelk, omdat wij 3’en samen op deze queeste gestuurd zijn. Dat werkt wel en we zien een afbeelding van een stad onderwater, waarschijnlijk Fyll.

We blijven hier deze avond en maken het mooie maan ritueel mee. De druiden zetten ons op verschillende plekken op de heuvel, in verschillende setjes van 2 uit. Daarna zijn we alleen op de berg weer en verdwijnen de Drow 1 voor 1. Wij gaan terug naar de paarden en zijn moe en voldaan.

View
De heuvels van Zalquam
Uit het dagboek van Gamma

Na onze avonturen in Dun Bulgir overnachten we in een grot in de omliggende heuvels (van Zalquam). Daar voegen we on ook weer bij Schnoda.
Ik ben de hele avond in zak en as omdat we onze ponies helaas hebben verkocht. Ik snap wel dat het handiger is om paarden te hebben, waar we ongetwijfeld ook een band mee kunnen opbouwen, maar het doet me toch altijd pijn om vaarwel te moeten zeggen aan dierenvriendjes :’(
Ik heb speciaal voor ze een lied geschreven:

Harriet & Timeo in G-klein

Refr: Twee ponies, twee ponies, Harriet en Timeo

Trouw hebben ze ons gedragen

in de snikhete dagen,
tijdens de tocht door de bergen
op weg naar de oude dwergen.
(refr.)

Vandaar naar Taldia – mijn land;
we hadden toen al echt een band!
Ze stonden dag en nacht klaar
ook al hadden zij het best weleens zwaar.
(refr.)

Gekocht bij de Twentse Harvak
waren zij meteen al erg mak.
Helaas nemen wij nu afscheid;
we doen ze weg, tot mijn grote spijt!
(refr.)

Ach, Timeo en Harriet!
Wat hadden wij toch een dolle pret!
En jullie hadden zo’n heldenmoed,
mijn lieve vriendjes, het ga jullie goed!
(refr.)


De volgende dag is het 3 augustus. Volgens onze informatie gaan de drow gekke dingen doen op de nacht van 4 op 5 augustus, dus we hebben ongeveer 2 dagen (en 1 nacht) de tijd om uit te zoeken waar all the magic happens.

We lopen naar de dichtsbijzijnde heuvel, dat heeft een schattig dorpje op zich met allemaal tuinierende en gastvrije dwergen. Kimmer doet weer alsof hij van de Taldia-toeristenbond is, en praat met Haenck, die vertelt over de menhirs. Eén van de plekken die we zoeken staat verderop deze heuvel, in het bos. De rest weet hij niet zo goed, in ieder geval ergens op de andere heuvels. Hij schetst een kaartje waar we meer dorpjes kunnen vinden.

We gaan naar de eerste menhir-plek. Er is oude magie aanwezig, sluimerend/ slapend. Er zijn geen recente sporen. Ik zie wel wat druidische tekens, beetje tegeltjes-wijsheden.
We laten in het druidisch de volgende boodschap achter:
“Alarm! Igrog zoekt de maanelven, jullie worden achtervolgd”.
Ik praat nog met Snuf, een schattig konijn die daar 3.5 jaar woont. De laatste 3.5 jaar zijn er geen rituelen of donkere wezens met puntoren gezien op deze plek.

Xurkyn weet te ontdekken dat de god van de Dood (Novgoh) en de god van de Natuur (Ysval) iets met de sluimerende magie te maken hebben. Hij doet daarna een lichtelijk pijnlijk religieus ritueel met zijn eigen bloed, maar helaas levert dit geen nieuwe informatie op.

Kimmer en ik zijn een beetje melig en lopen te klieren. Een oude dwerg die zijn hondje uitlaat spreekt ons aan en geeft ons een donderpreek, iets met heilige plek, we moeten er respect voor tonen, etc. We bieden onze excuses aan. Maar deze meneer heeft ook geen nieuwe info.

Er is nog ergens een menhir-plek met alleen maar resten van menhirs, duidelijk al heel lang niet meer in gebruik.

We gaan naar de volgende heuvel (meest oostelijke). Daar zijn geen menhirs.

Daarna naar de heuvel met het dorpje Bad Boel erop. Dit blijkt een bedrijvig toeristisch dorpje te zijn. Kimmer en ik gaan naar een toeristenwinkel en kopen puntmutsen voor mij en Xurkyn (om in te blenden, en bovendien zijn we nog steeds in een flauwe bui). Ik doe vol trots mijn nieuwe puntmuts (lichtroze) op, en omdat Xurkyn dit niet wil, zet Kimmer die andere (regenboogkleurig) maar op. Voor de rest koopt Kimmer een boekje dat is gewijd aan de menhirroute, en verstopt in de winkel de rest van de boekjes. De dwergenvrouw aan de toonbank heeft het op dat moment niet gemerkt. Dit deed Kimmer om te voorkomen dat Igrog informatie te weten komt over deze route.

We gaan naar de menhirplek in dit dorp. Het blijkt een toeristische trekpleister te zijn; met de stenen helemaal gepolijst en glanzend. Er is dezelfde sluimerende magie aanwezig.
Er zijn genoeg recente sporen; van toeristen die er dagelijks komen. Er is zelfs een kabelbaantje ernaartoe. Dit lijkt ons niet de plek waar de maanelven samen zouden komen, maar het lijkt ons wel goed om hier vanavond te gaan overnachten. Verderop is een herberg; daar bestellen we wat biertjes en blijven de hele avond zitten. We gaan daar natuurlijk niet slapen (veel te duur) dus we gaan terug naar de menhirplek om daar ons kamp op te slaan.

Tijdens mijn wacht hoor ik iets, en ga ik de tent in om de anderen wakker te maken. Als we weer buiten komen staan we oog in oog met negen(!) in zwart gehulde gemaskerde mensen. Deze vallen ons meteen ook aan voordat we uberhaupt met ze kunnen praten.
Met mijn das, al onze opgeroepen beesten en spirits (van mij en van Xurkyn) wordt het een lekker drukke bende. We maken 3 vijanden dood, 1 sturen naar een andere dimensie, 1 brengen we in slaap, en de rest vlucht weg.

View
Intriges in Dun Bulgir
Hoe ik generaal Grieswald was, voor een dag

Na de frustrerende dag gisteren ben ik blij weer op de weg te zijn. De wind in m’n haar, de zon op m’n gezicht.

We denken gezamelijk goed na over het volgende plan. Ik ga mezelf voordoen als generaal Grieswald, de voormalige eigenaar van mijn paard, en ik ga vragen:

Generaal Grieswald

- Wat weet Scottrach van Luna Amantes en hun relatie met het Smaragden Boek
- Gezelschap van gnome, dragonborn, dwerg en mens. Dan zeggen dat al deze personen waarschijnlijk dood zijn behalve de mens.
- Hoe zijn de vorderingen met ons plan voor één groot eerlijk rijk
- Hoe staan strijdmachten er hier bij,

Ik kom vanuit Ann-Dann, daarvoor Asgor.

- Legerplannen van Igrog
- Legerplannen van Scottrach
- Wat ik over Asgor te weten kan komen
- Wat er met de tempel en clerics van Moradin is gebeurd
-

Als het mis gaat: Ik neem Gamma mee als muis. In het ergste geval wordt hij snel gnome, cast darkness, wordt weer muis en kruipt in mijn borstzak en verstop ik me.

Problemen die we op moeten lossen:

- Zegel van de brief is nu gebroken
- Gamma en Xur moeten van spreuken wisselen
- De echte legermannetjes kunnen in die tijd misschien al terug bij de stad aankomen.

Ook in de stad: 2 ponies en een paard verkopen. Huifkar kopen.

Dun Bulgir blijkt iets weg te hebben van een grote grijze ui, of ook wel een soort rare tiet. De stad staat op een berg. Onder de “tepel” daarvan ligt de tempel van Moradin, volgens Xurqyn, wat natuurlijk de geweldigste tempel ooit is. Nou ja… We gaan naar een soort station waar een trein aan een kabelbaan naar de de stad gaat, de berg op.

Xurqyn gaat als eerste de stad in, met de brief, een paard en twee ponies. Hij gaat proberen de zegel te laten herstellen door een van z’n klerkenvriendjes en de dieren te verkopen, en een huifkar te kopen. Ik ga later de stad in met Gamma als muis in m’n borstzak. In de stad rust Gamma even uit om daarna weer twee keer in een muis te kunnen veranderen voor ons (mijn) bezoek aan de koning. We ontmoeten Xur vervolgens in de binnenste ring van de stad bij de tempel.

Na een uur langer te wachten bij onze ontmoetingsplaats dan gepland komt Xurqyn razend aanstampen. Kennelijk heeft hij ruzie gezocht bij de tempel met bewakers en werd hij bijna met brief en al gearresteerd… Koning Scottrach blijkt de tempel te hebben overgenomen van de priesters van Moradin en de priesters lijken in de gevangenis te zijn gegooid. We besluiten dan toch maar met een illusie een zegel te faken (iets meer risico) en daarmee toegang tot de koning te krijgen…

Na wat overleg ga ik met

Tempel: twee ruimtes: Een U-vormige buitenste ring, met twee deuren waar de gangen samenkomen naar een binnenste heiligdom. Ik kom zonder problemen bij koning Scottrach. Lekker makkelijk.

Er is een geheime drowgemeenschap in de buurt, die elke volle maan vieren waarbij ze verzamelen. De rest van de tijd weet niemand waar ze zich verbergen. Drow druids met maanmagie. Ze verzamelen bij staande stenen, menhirs in de heuvels zuidwesten van de stad. Er zijn vier plekken waar die menhirs staan in de bergen. Het zijn hooguit 20 drow, volgens de koning.

Het plan van het grote rijk wil hij niet aan mij vertellen, maar van zijn kant gaat alles volgens plan. Hij gaat vanavond in Gravnadad overleggen met Igrog, wat gek is, want dat is best ver hiervnadaan. Ze hebben dus kennelijk inderdaad magische methodes om te overleggen. Ik bluf dat ik Igrog eerder spreek, op een andere magische methode, maar dat is kennelijk heel gek om te zeggen. Ik moet al m’n charme inzetten om te zorgen dat die gast nog met me blijft praten.

Opperpriester zit in het gevang, de andere priesters zijn verbannen naar de derde ring. 5 augustus is volle maan ,het is nu 2 augustus

Weer buiten spreekt Xurqyn mij aan. De tempel van Moradin is nu paleis, en er is in de binnenste ring ook een tempel van Tyria. In het voormalige ziekenhuis. Deels is dat nu ook een gevangenis. Ik kan echter nog niet uit mijn rol vallen dus ik doe of ik hem niet herken. Ik bluf mezelf de legerbasis in en kleed me snel om naar m’n gewone kloffie. Het plan is dat ik me verberg tot de avond, waarna ik Gamma het paleis in help als muis.

Xurqyn is intussen bij de tempel van Tyria en probeerde kennelijk de gevangenis in te komen, maar is gelukkig verstandig en doet het niet. Gamma verandert in een kat en brengt hem weer bij mij. Na kort overleg beslissen we om elkaar te ontmoeten in de tweede cirkel voor verder overleg. Eenmaal daar vertel ik Xur wat ik heb gezien in het paleis en smeden we verdere plannen. Ik breng die avond Gamma terug naar het paleis om als muis de kelk verder te bestuderen en de koning af te luisteren tijdens zijn overleg (misschien kan hij meereizen naar Gravnadad?) Xurqyn gaat intussen naar de derde cirkel om te kijken of hij de andere priesters van Moradin kan vinden.

Dit is wat Gamma te weten komt:
- Op de kelk in Dun Bulgir staan tekens: na vertalen staat er dit:
“Vrij van aardse tijd, Dove heerst.”

Scottrach heeft een leger klaarstaan en krijgt een seintje van Igrog met wanneer hij aan moet vallen maar wil eerst het boek. Ze hebben niks gezegd over de maanelfdruides, gek genoeg, voornamelijk zorgen gemaakt over mij (dwz generaal Grieswald). We gaan morgen proberen uit te vinden waar de menhirs allemaal zijn in de heuvels en of we er misschien zelfs achter kunnen komen bij welke cirkel ze zich verzamelen. Priesteressen van Tyria worden opgedragen om een “gouden regen” te verzorgen, nadat bleek dat wij misschien iets met het vreemde gedrag van generaal Grieswald.

Xurqyn vertelt dat hij zijn clerics heeft gevonden en dat ze een nieuw geheim genootschap hebben gemaakt. Ze zeggen dat de stad heel erg veranderd is. (Robin gaat hier meer van opschrijven).

Als het niet lukt om er achter te komen waar de druides zich verzamelen moeten we ons misscien opsplitsen en hulp van Xur’s clerics vragen.

Volgende keer moet Gamma animal messenger opladen.

View
Vechten vechten en nog meer vechten
De gevaren van Ann-Dann

Na het lezen van het boek “Leven met de Goden” merken we dat de Kelk niet in het boek vermeld staat. Ook valt het ons op dat in de tempel van Kretna de tekens die op de kelk staan, niet aanwezig zijn. We twijfelen opeens of de kelk wel echt van Sera is, misschien is het allemaal een list van Tyria en zijn de visioenen niet eens echt!

Als we weer over de brink lopen, onderweg naar de tempel van Tyria, zien we 5 ruiters te paard voorbij stormen, dwars door de menigte. Heel duidelijk dragen zij leger uniformen van Gravnadad! Een lokale buurtbewoner verteld mij dat dat gebruikelijk is, en dat hier door het dorp vaker soldaten van Igror rondlopen. Zeer verdacht, zal dit dorp soms toch in een alliantie met Igrog zijn?

In de Tyria tempel verdrinkt Gammathur zich, terwijl Kimmer en Xurqyn opzoek gaan naar een deur. Net op het moment dat Gammathur bijna stikt, vind ik de deur, hij was helemaal niet zo goed versopt en verscheen meteen. Door de deur komen 3 priesteressen, en de opperpriesteres wil het gebed leiden van mij en Gammathur. Ondertussen sneakt Kimmer naar de achterkamers, maar vindt daar niks dan kussens en wat eten.
Echter, onze bid sessie was niet erg vruchtbaar en we voelen niks…waarop de hoofdpriesteres 1 hulp priesteres naar achteren stuurt. Kimmer zit daar en hoort haar prevelen, het lijkt een soort thelepatische spreuk te zijn, maar hij weet niet wat er precies gezegd werd.

Dan wil de hoofdpriesteres ons opeens naar achteren leiden, maar daar zijn we niet van gediend. Gammathur wordt ongeduldig en vraagt meteen waar het op staat: “Waar is het boek van Demorian?”. Hierop tovert de priesteres een regenboog te voorschijn die erg interessant is. Er vindt een heel gevecht plaats, maar uiteindelijk volgen we toch gedwee de 3 dames naar de achterkamer. Daar worden we geinformeerd dat mannen van Igror onderweg zijn om met ons te praten. Igrog weet namelijk niet waar het boek is, maar wij wel en ze willen die informatie graag hebben.

Nu is het voor mij tijd om toch naar mijn Moradin-hart te luisteren en met 1 krachtige spreuk roep ik 3 engelen van Moradin aan. De 3 priesteressen sterven en we zetten hun lichamen in de fik.

Gammathur gaat in de gedaante van een hond de generaal waarschuwen (door middel van een brief is zijn mond) dat er een leger van Igror aankomt en dat hij de burgers in veiligheid moet brengen. Kimmer en ik ( en Schnoda, die is er ook nog, maar niet erg in vorm vandaag) gaan de paarden ophalen van de stallen. Onderweg zien we weer de 5 mannen van Igrog rondlopen richting de pub en we horen ze mompellen dat ze morgen naar Dun Bulgir gaan, mijn geboorte stad!

Hierna verlaten wij snel de stad via de Westerpoort en lopen naar de heuvels om daar in het geheim de nacht door te brengen. Wel komen we onderweg nog 3 geheimzinnige, reddene mannen tegen die geheel in het zwart gekleed zijn, en alleen hun oogjes zijn nog te zien.

De volgende ochtend worden we wakker en verhip, daar in de verte komen de 5 soldaten van Igrog aan, onderweg naar Dun Bulgir, mijn geboorte stad. We hadden net besloten dat wij toch naar Sulsur, in Úlorwa, willen gaan om de verloren bibliotheek te zoeken, en dat we nog geld nodig hadden om in Dun Bulgir, mijn geboortestad, een huifkar te kopen. Daarom besluiten we de 5 mannen te overvallen, hun tot bloedens te verwonden, hun kleren, wapens, geld en paarden af te pakken en dan verder te reizen.

Het blijkt dat de mannen onderweg waren naar koning Scottragh, koning van Dun Bulgir, mijn geboortestad, maar voor mij een onbekende (oftewel: een recente koning dus, dubieus!). Igrog wil zaken met hem doen. Die man is wel bezig zeg. We laten 1 van de 5 mannen (Caspir genaamd) terug gaan naar Asgor om te zeggen dat we over 2 weken Igrog willen spreken in Yefa (maar psst, dit is dus een dwaalspoor!).

We looten wat goud, paarden en de brief voor koning Scottragh, koning van Dun Bulgir, mijn geboortestad, en vervolgen vrolijk onze weg….


Geachte koning Scottragh,

Hierbij stuur ik generaal Grieswald naar u toe om met u te spreken over de Luna Amantes. Naar wij begrijpen heeft u meer informatie over dit geheime drow genootschap. Zij hebben essentiële informatie dat nodig is voor de missie van het boek. U begrijpt dat dit van levens belang is voor het slagen van ons gemeenschappelijke plan, één groot eerlijk rijk te creëren. Hopelijk kunt u met mijn vertrouwde generaal uw informatie delen (de volgende volle maan is al spoedig, dus er is niet veel tijd), hij zal dan de zaken afhandelen.
Binnenkort spreken wij elkaar weer persoonlijk over de militaire zaken!

Op een goede afloop mijn vriend en partner!

Gegroet,
Koning Igrog

25/7/52

View
Van Taldia naar Zahama
Uit het dagboek van Ratja Korsakov

(META: Gamathur heeft al zijn vorige dagboeken met informatie en vorige namen erin verbrand, hij houdt nu een nieuw dagboek bij, als Ratja Korsakov).

De volgende ochtend worden we wakker in ons tentenkamp, vlak buiten Esra. We discussieren wat over de kelk en door wiens ogen we willen kijken. We komen tot het volgende lijstje:
Yassir
Stephan, de boodschapper
ie, de kaartenmaker
nog een keer Igrog
nog een keer Nynndal
Lalda (de priesteres van thyria in gravnadad)
Amwor, de opperklerk van Mori
Hendryk en Starra Laagheuvel

We gaan naar de tempel terug, er zijn 2 priesters. Ze vertellen dat de Kelk een geschenk van Sera aan de wereld was (niet per se aan Taldia), en nu staat die hier. De Kelk is in de Larnaross rivier gevonden.

We gaan erin kijken:
- Igrog: loopt door donkere ondergrondse gang, gaat een trap af en komt bij uitgehouwen gevangeniscellen. Aan het eind van de gang is een deur met bewakers; Igrog gaat naar binnen en komt in een grote donkere ruimte; een bruut trainingskamp waar gevangenen (mensen) worden gedrilld.
- ie: zit kaarten te schrijven
- Lalda: is in de tempel van Thyria, ze is aan het spiritueel dansen met andere vrouwtjes.
- Nynndal: zit in de raadszaal aan een lange tafel, Hømø is er ook bij. Ik zie af en toe de agendapunten. Bovenaan: renoveren van het standbeeld van Nanna. Andere punten: staatskas, huwelijkspunt op de lijst, dreiging uit het Noorden.
- Stefan: hij is aan het reizen, door bossig Taldia-landschap, gaat naar het Noordoosten. Zit op een ezel.
- Hendryck en Starra: ze zijn nog steeds bezig met kinderen opvangen. Takral herkent een tiefling, Jacques Faber, zat ooit bij een bakker in de leer. Jacques is inmiddels ook andere kinderen aan het onderwijzen. Er zijn meerdere kinderen een ambacht aan het leren. Niet duidelijk waar ze precies zijn.
- Flynn (mijn jeugdvriend van meer dan 50 jaar geleden). Hij loopt door Olwa, ik herken het Centrale Huis. Ik zie heel veel jong bos, het is er erg rijk aan fruitbomen, het hele dorp is opgeleefd. Naast Flynn loopt een vrouw met een kindje, ze zien er erg gelukkig uit.

Ik kom zeer opgelucht en vrolijk met mijn gezicht uit de Kelk. Ik ben zo blij dat de bossen van Olwa (en het dorp zelf) juist zijn opgeleefd na mijn bosbrand! Misschien kan ik er zelfs een keer naar terugkeren. Er valt een enorm zware last van mijn schouders. Ik ben aan het huilen van geluk.

De gnome die in de ruimte staat heet trouwens Kella. Aan hem vroegen we steeds of we mogen kijken.
We geven de priesters 93 zilverstukken voor hun hulp, en ook geven we ze goede raad dat ze de Kelk goed moeten beschermen omdat er genoeg gespuis vanuit het Noorden langs kan komen om er misbruik van te maken.

We gaan naar Urda waar de volgende boom staat. We komen aan vlakbij Urda en horen een schoolklasje een heel bekend liedje zingen over Turnadan, die de gnomes redde van de dood tijdens de watersnood van 1317. Ook een liedje over de ESK goden die de gnomes redden van een hongersnood. Dit liedje ken ik echter niet, lijkt een West-Taldia liedje te zijn. We vragen aan de schooljuf wie Turnadan is. Hij is de lokale held van Urda, hij heeft noord-west Taldia ontruimd door een grote boot te bouwen. Tijdens de regenval is hij als een gek gaan bouwen. Alle gezinnen zouden daarop zijn gegaan.

Het liedje beschrijft dat het bomenspoor van Yefa naar Ardal gaat. Ardal lijkt niet in Taldia te liggen want de docent kent het niet. Ook Yefa kent ze niet (maar wij wel, dit ligt in Zahama, dit is de nieuwe havenstad). Ik ben tijdens mijn reizen ook Ardal niet tegen gekomen. Ze vertelt nog wel over Ankra; een dorpje ten noorden van Urda met een goede beeldhouwer.

De volgende boom staat over de grens in Zahama, in Ann-Dann. We lopen erheen, door grasland. Ik spreek een schaap aan en die wijst ons de weg richting de grote mensenstad. Het schaap vertelt me ook dat er soms karren langs komen. Het is niet zo’ n goed onderhouden zandweggetje en het landschap is vrij overzichtelijk en plat grasland.
-——————————————————————————

Tijdens het lopen verzin ik een liedje:

Het bos van Olwa, oud en fier
de thuisplaats van gnome en van dier!
Bomen, paden, rotsen, beken;
kwetsbaar voor vuur, zo gebleken!

Een dwaze Gnome met vurig gebaar
maakte het bos 1 grote blaar
Maar uit de as mocht ontspruiten
nieuwe takken uit de kluiten!

Nu is het bos jong, mooi en groen,
en Olwa heeft weer veel te doen.
Het dorp is opgebloeid, zowaar!
En nu is mijn liedje klaar.


Rond half 5 komen aan bij de poort van Ann-Dann. Het is een beetje een hollands-achtige stad, met stenen huizen met trapdaken en rieten daken. Maar dan zonder grachten.

De wachters vertellen dat we de boom kunnen vinden in het park, samen met het standbeeld van de grote leider Misa Arkat (vrouw). Zij heeft geholpen met stenen huizen bouwen toen alle houten huizen waren weggerot door het water van Demorian. Haar nazaten zijn nog steeds aan de macht hier, in het stadhuis. Zij heeft destijds haar kennis gekregen van Kretna. Er staat hier ook een tempel van Kretna, maar ook van Thyria.

We komen langs de Brink en er is een dorpsfeest gaande, het is nu begin van de oogsttijd (het is 1 augustus 2152). (META: einde van het jaar is 31 oktober).

Takral en ik gaan naar het park, en Ado en Mori gaan naar een bar om inlichtingen te vragen. Het standbeeld van Misa Arkat heeft een hippie-broek en naveltruitje aan, en een sjaal om. De boom heeft een hekje eromheen, en mooie bloesems staan in bloei. Verder is er niets speciaals aan te zien.

Mori probeert vrienden te maken met een barman door lullig naar hem te boeren maar het komt een beetje raar over. De barman is een shady figuur en die tipt Mori over de illegale wapenhandelaar Zakrah (Mori is namelijk op zoek naar shady figuren die mogelijk geronseld worden door Igrog).

Mori gaat op zoek naar Zakrah. De rest blijft achter op de Brink en ik hoor een liedje, over de wierden van Zalquam.

Ze zijn hier erg fan van veganisme. Alles in deze stad is veganistisch. Dus ik haal hier mijn hart op! Wat een dag zeg! Eerst zie ik de bossen van Olwa in welvarende volle bloei staan, daarna maak ik een nieuw schapenvriendje, en nu een gezellig feest in een mooie stad! Dit vraagt om een etentje :) We gaan eten in De Gulden Vis en ik bestel een lekker groentestoofpotje. Mori vertelt over Zakrah: het schijnt dat Asgoor goed is voor zijn wapenhandel, maar er worden volgens hem geen manschappen gerecruteerd.

Daarna vragen we wat rond op de Brink naar de burgemeester. Ze heet Mirka (de burgemeesters gaan via de vrouwelijke lijn). Ze vertelt dat de volgende boom hiernaast is, in Asra. De volgende in het heuvelgebied Zalquam. Burgemeester vertelt over Misa Arkat, zij heeft Kretna ontmoet en heeft de kennis gekregen. Ze vertelt ook over de stad; het is een zeer belangrijk handelspunt, vlakbij het drielandenpunt (Zahama/Vaidas/Taldia). Geen last van de legerbasis in de buurt.

We praten ook met Generaal Imdar. Ze hebben een klein leger. Zahama (of in ieder geval deze stad) is neutraal gebleven tijdens de oorlog rondom Demorian. De generaal weet ons te vertellen dat Igrog geen mannen rekruteert voor de legerbasis. In Vaidas staan ze te springen om te vechten maar hier niet. Ook de Gnomes zijn niet van het vechten, kwam het destijds misschien bij de mensen vandaan dan…?

We gaan naar de Kretna tempel. Het is een vierkante ruimte met grote boekenkasten en vaandels met spreuken langs de muren. De gallerij heeft allerlei spreuken (in common) op de rand.
Er lopen priesters met hanekammen. Takral loopt meteen weer ruzie te trappen over het ‘alleenheerschap’ van Mirka hier. Hij trok weer eens te snel conclusies want een priester vertelt hem dat zij een raad heeft die door de burgers gekozen wordt en dat deze elke 2 jaar vernieuwd wordt hier. Hij bindt wat in.

Takral gaat bidden. Ik spreek een priester aan over de zoektocht naar Demorian. De ESK zijn via Susas ongeveer aan land gekomen, hebben onderlangs een ovaal gemaakt via Yefa, Noorderlijk Taldia naar Vaidas. Aldar ligt in het bovenste oostelijke puntje in Vaidas. Langs de angmal-luc rivier. De zoektocht naar Demorian heeft jaren geduurd, maar helaas tevergeefs. Ze zijn via de Amwyr weer naar de Gymladar teruggekeerd.

We zien een boek: “Leven met de Goden”. We mogen het inzien. In common, auteur onbekend. Het is een studie over de tijd dat de goden hier rond hebben gelopen, maar het is een redelijk recent boek.

View
Reisverslag van Kimmer
De bomenroute van het gnomisch tourismebureau.

Mijn vertelling begint als we in Jørg zijn. Of, althans, Gamma was daar. Jørg blijkt een soort bedevaartsoord te zijn, met een boom in het midden. Maar nog interessanter: men weet ons te vertellen dat Erata in Farf woont, een gnome die de drie goden op jacht naar Demorian nog heeft ontmoet!

Op naar Farf dus. Ik moet goed onthouden dat ik Takral Vleugelmoer heet, in mijn nieuwe vermomming. Het zonnetje schijnt. Onderweg bedenken we dat het handig is om een brief aan koning Nyndal om hem in te lichten over de vervloekte bijl en de “dood” van mijn reisgenoten.

Geachte Koning Nyndal,

Tot mijn grote verdriet en smart schrijf ik u om u op de hoogte te stellen van de tragische dood van mijn drie reisgenoten, vrienden en metgezellen: Gamathur Litiq, Xurqyn zonder achternaam en Schnoda Boda. Terwijl wij aan het lunchen waren in Irga sloeg plots het weer om en raakte een bliksemflits een grote boom waar wij onder zaten.

Ik was net in gesprek met een boodschapper even verderop en samen zagen we hoe de gigantische boom mijn vrienden volledig verpletterde. Het was verschrikkelijk en niet te overleven.

Ik laat u dit weten als dankbetuiging voor uw hulp. Echter is dit schrijven ook om u te waarschuwen: het is mogelijk dat uw koninkrijk is geïnfiltreerd door kwade machten. Zo wist een boodschapper van Igrog ons te vinden in Irga, terwijl alleen enkele dwergen wisten dat we daar waren. Bovendien bleek de bijl die aan Schnoda werd geschonken vervloekt te zijn, waardoor Schnoda ons bijna in een eerder gevecht al had gedood. (Deze bijl ligt inmiddels op de bodem van een diepe rivier.)

Ik ga nu op weg naar Asgor, om in te gaan op de uitnodiging van Koning Igrog.

Nogmaals dank voor al uw hulp en zeer hoogachtend,

Kimmer Laagheuvel (handtekening in de vorm van een appel)

Deze brief schrijven we op weg naar Farf. Na een tijdje reizen zien we al wat huisjes verschijnen.

We vragen of we iets terug kunnen doen, maar Erata staat erop dat we haar niks geven.

We vroegen aan Erata of de goden van oost naar west of west naar oost hadden gereisd, waarop Gamma en Xurgyn luid gingen bediscussiëren wat Erata’s antwoord zou zijn, terwijl Erata stond te wachten tot ze er tussen kon komen om het antwoord te geven.

De drie goden reisden van west naar oost, zo bleek. Ze kwamen dus vermoedelijk inderdaad vanuit de Gymladar. Hun einddoel was Demorian, maar Erata wist niet precies wat hun route was geweest.

Erata heeft zelf Demorian nooit ontmoet. Erata vertelt ook in reactie op een vraag van Gamma dat ze niet vindt dat een volk als geheel goed of slecht kan zijn, wat ik hartgrondig met haar eens was.

Xurqyn nodigt Erata uit om samen haar leven te voltooien. Erata wil dat liever niet.

De volgende boom staat in Upp. De boom in Farf staat ten westen van het dorp.

Erata weet niet waar Brena is, en of ze nog leeft. Schijnt ergens in een moeras te wonen. Ze begon haar zoektocht door naar het westen te reizen, maar eindigde in het moeras. Het moeras is bij Susas/Vindas.

We besluiten de route vanaf nu de “bomenroute” te noemen.

Erata was pro-maanelf, wat haar niet per se geliefd maakte in haar dorrop. Ze was in haar eentje toen ze uit een boom viel en haar nek brak. De drie goden hadden doordringene blik, waren erg groot en de ogen knippeden niet. Ze zweefden ipv lopen, en ze waren lang en sierlijk, maar leken slowmotion te bewegen. Ze wisselden geen woord met Erata. Ze kerfden in de boom waar ze net uitgevallen was, met een handgebaar.

Ze bood ons ook roze koeken aan, heel smakelijke lokale Gnomenspecialiteit. Erata heeft kinderen, zo blijkt (helaas voor Xurqyn die een oogje op haar leek te hebben). Of, eh, had kinderen. Ze heeft al haar kinderen overleefd.

In het volgende dorpje, Øpp, ga ik vragen naar de volgende boom. Ik hang een verhaal op over een gnomentouristenbond. Een gnome daar weet me te vertellen dat de volgende boom in Lypp staat. Øpps boom staat in het noorden.

In Lypp hebben de mensen borden in hun lippen, net als Afrikaanse stammen. Hier is de boom, net als bij Øpp een beetje een schriel geval.

Gamma gaat nu naar het dorpje en vindt daar een gnomenvrouwtje met kind. Volgende dorp is Esra.

Esra is meer stad-achtig. Ik ga daar op zoek naar een postkantoor om m’n brief te posten. Ik maak contact met Stefan, die mij een klaverbiertje aanbiedt om me te troosten. Ik geef een geweldige performance om mijn smart en verwarring kenbaar te maken.

Stefan is net ontslagen en door zijn vrouw uit huis gezet, en mag zijn kinderen niet meer zien tenzij hij met een baan thuiskomt. Hij biedt dus aan mijn brief te bezorgen bij wijze van baan. Top! Ik bied hem hiervoor in eerste instantie een half goudstuk, maar hij vraagt er toch om vier, die ik hem dan maar geef.

In een volgend dorpje moet ik de brief misschien nog maar eens versturen, want ik ken Stefan eigenlijk niet en ik heb geen idee of ik ’m kan vertrouwen.

Aan een andere gnome vraag ik om de bomen. De boom van Esra blijkt extra gezegd door Sera, de god van magie. De boom geeft licht in het donker. De bladeren geven ook licht. Er is ook een tempel voor Sera, met bijzonder artefact: een stenen kelk. Gebracht door Sera, ook, met magische krachten. Het water daarin kan je mee kijken. Er wordt mij aangeraden om deze kelk van dichtbij te gaan kijken, en het voelt in mijn hart alsof Moradin zelf me dit als een soort tip influistert.

In Urda is de volgende boom.

Gamma en ik gaan wat blaadjes plukken, Schnoda zet de tent op en Xurqyn gaat naar de tempel. De kelk is vet cool, en er staan tekentjes op. Wel groter dan we dachten, het is meer een doopvont. Het is een kijkraam voor waar je maar wilt. Je kan je zicht ermee verplaatsen in een persoon waar je de naam van kent en waar je ooit mee gesproken hebt. Zeer veel voyeuristische mogelijkheden. Alleen levende stervelingen.

Op de rand staat “Ik zie, ik besluit en ik volhad, Dowe heerst”.

Igrog is heel cool aan het zijn. Gebogen over zijn bureau, met raam. Bedekt met gordijnen. In Gravnadad. Op zijn kaart staat Asgor aangetekend als legerbasis en nog een legerbasis. Ook een briefje met onze namen. Krabbels met tempel van Hovala, “Bergtocht gnomes? Drow?”

Koning Nyndal is in een mooie zaal met kaarsen. Overal tikkende hamertjes en eten. Draagdwergen komen langs. Nyndal lijkt altijd aan het eten te zijn. Zit naast z’n vrouw. Lekker aan het schranzen.

Kijkend naar een van de wetenschappers ziet Xurqyn niks. Zorgwekkend. Misschien is-ie dood. Dan gaat Xur terug naar de tent en vertelt ons over wat hij heeft gezien. Ik neem me voor de volgende dag ook naar de kelk te gaan en wat mensen te bekijken die ík wil zien. Bijvoorbeeld die dwerg die mij opgevoed heeft.

View

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.