the Quest for the Jadebooks in Heaven

Heel lang lopen

Uit het dagboek van Gamathúr

We hadden net met het troepje soldaten van Igrog afgerekend, toen Xurkyn ineens een visioen kreeg van Moradin en er zonder iets te zeggen keihard vandoor ging. Hij rende richting een aftakking van de weg, waar de ingang van een spelonk te zien was. Kimmer en Schnoda waren nog bezig met het ondervragen van één van de soldaten, maar ik schoot snel als paard achter Xurkyn aan omdat ik bang was dat we hem anders kwijt zouden raken.
Hij was nog wel zo slim om zijn rugtas achter te laten op de plek waar hij de spelonk in dook, zodat we zijn spoor zouden kunnen volgen.

Kimmer (met de rugtas van Xurkyn in zijn hand) en Schnoda voegden zich snel bij ons, omdat er blijkbaar een klein legertje achter ons aan marcheerde, en Kimmer vertelde dat hij de ondervraagde soldaat had vrijgelaten! Rare jongen. Wij schoten met pony’s en al ook de spelonk in en ik vuurde nog even een spreuk af waardoor er geen enkel spoor van ons meer zou zijn.

Xurkyn rende zich de benen uit het lijf, maar op een gegeven moment haalden we hem toch in. We liepen de hele dag, en ook de volgende dag nog verder door de spelonk. We liepen zo snel mogelijk en zonder fatsoenlijk te rusten, want Moradin spoorde ons aan om zo snel mogelijk op te schieten. Xurkyn vertelde onderweg dat er een groepje van 9 mensen achter ons aan zit, en dat we op weg zijn naar een trap, aan het eind van de spelonk. Dit had Moradin hem allemaal laten zien.

‘s Avonds rond een uur of 8 kwamen we echt uitgeput aan bij de trap. Aan weerszijden van de trap week het pad soort van uiteen, zodat we om de bergwanden van de spelonk heen konden kijken. De trap leidde naar een klein gat in de bergwand, waar we alleen kruipend doorheen konden. We brachten de pony’s zo goed mogelijk in veiligheid; we bonden ze vast ergens aan de zijkant, zo goed mogelijk uit het zicht, en ik riep mist op om ze nog extra te verhullen.

We liepen de trap op en kropen door het gat. Na een tunnel daalden we op een gegeven moment in de berg weer af en kwamen we bij het meer waar de Jamarsh het over had gehad; het meer met treurwilgen, midden in de berg, waar geen daglicht komt (maar waar het wel licht is). Dit moet wel de plek zijn waar over gesproken werd in het ‘ woord van Tyria’!

We merkten al snel dat je het water niet kon aanraken (althans, in onze eigen gedaante), en Xurkyn liep dan ook het water in, terwijl hij een touw vasthield dat Kimmer aan een boom had gebonden. Het water week voor hem, dus hij kon nog steeds het water niet aanraken. Ik dacht dat ik als waterwezen misschien wel door het water heen kon, dus ik veranderde in een kikker. Ik kamde het hele meer af, maar ik vond niets geks.

Ik kwam weer boven water, en zag dat Xurkyn weg was, en dat Kimmer en Schnoda Xurkyn achterna kwamen. Ik bleef kijken wat er gebeurde, en toen ook Kimmer en Schnoda onder water verdwenen zwom ik naar die plek toe. Ik zag dat ze zich in een soort droge tunnel van lucht bevonden, omringd door water, en ik veranderde weer in een gnome om met ze mee te gaan.

We liepen door, en ineens bevonden we ons op een veld vol met statige, elitair uitziende standbeelden. Het voelde er erg prettig aan. Het bleek al snel dat sommige beelden verdwenen bij aanraking en andere niet. We raakten ze allemaal aan, en de beelden die overbleven vormden een kruis. Het beeld dat het middelpunt vormde bekeken we nog eens beter. Er stond een plaatje in gegraveerd met een tekst vol spelfouten. De spelfouten samen vormden een code: ‘omcirkel mij voor de weg’. We liepen cirkeltjes om het beeld heen, en we kregen het gevoel steeds kleiner te worden.

Op een gegeven moment werd ons zicht en gehoor bedompt en stonden we in een 10-hoekige kamer, met een luxe uitstraling, mooie koepel en 10 identieke deuren. In het midden van de kamer stond op de vloer een vierkant afgebeeld, met 16 kleinere vierkanten erin. Ook waren er 5 figuurtjes op de grond, 2 vierkanten, 2 cirkels en 1 driehoek. Deze stonden op een rijtje.
Er stonden een paar getallen in het vierkant, en we moesten met logica beredeneren welke getallen er verder ingevuld moesten worden. Dit lukte ons vrij snel. Er waren 3 zwarte vierkanten, waar we de getallen 5, 7 en 14 in hadden gevuld. Kimmer zag in dat we deze moesten gebruiken in de figuurtjes die eronder stonden, en dat het symmetrisch moest zijn. Door de cijfers om te zetten in letters kwamen we op het woord ‘negen’ uit. Dus hebben we Schnoda deur 9 in laten trappen.

We kwamen in een mooie tuin, vol met bloemen. Verderop zagen we een tempel, wat de tempel van Hovala bleek te zijn. Binnenin die tempel zagen we een overwoekerde tombe; de tombe van Demorian! Kimmer herkende het ook meteen, want hij had dit gezien in zijn visioen. Op de tombe stond een tekst, in een taal die we niet direct konden lezen, behalve de naam ‘Demorian Dowe’, dit stond er namelijk in het Elfs. Met de vertaaltabel die we uit het huisje van Lysna hadden meegenomen konden we de rest vertalen terwijl we van een korte welverdiende rust genoten:

“Hier rust Demmyan Dove [demorian dowe] die streefde naar vriyheid en geliykheid. Ziyn hart was puur, ziyn tong eerliyk en ziyn ogen doortastend. Slaap diep miyn geliefde.”

Daarnaast stond er in deze ruimte een altaar met een verfomfaaid oud boek erop. Het was jammer genoeg niet het Smaragdenboek. Het was het dagboek van Demorian.

Comments

sannehoogendoorn

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.