the Quest for the Jadebooks in Heaven

Xurqyn de rücksichtslose

Spoken en demonen in 'n dwergenstad

We overleggen met de wetenschappers en overtuigen ze ervan terug naar het noorden te gaan, maar nog niet naar Gravnadad. Boris gaat ook met hen mee. We raden ze aan hun basis van de revolutie in Vazla te stichten.

Wij vinden intussen een weg die in de richting loopt van waar we verwachten dat het tweede dwergenrijk zou moeten zijn.

Na ’n tijdje komen we in iets beter begroeid gebied en zien we zowaar vogels, die Gamathur spontaan naar zich toe lokt. Hij probeert het concept van een dwergenstad te beschrijven en de vogel tjiept dat er wel iets in de omgeving aan die beschrijving voldoet. Hij vergat helaas te vragen of we nog tegenstanders zouden kunnen verwachten, maar misschien is dat toch niet echt informatie die een vogel kan voorzien.

Er komt weer kaler, hoger gebergte aan, maar waar we nu zitten is lager met bomen en mossig gras. We kijken even goed om ons heen, want iets voelt niet op z’n plek. Links van het pad is het terrein weer wat kaler en zien we niks, maar rechts is er wat meer begroeiing. Ik kijk eens even goed en zie ’n berg, die links de hoogte ingaan en rechts redelijk vlak is met wat bomen. Meer naar rechts zijn wat meer bomen – naaldbomen, niet zo dicht bebost maar wel met struiken. In de verte, tussen de bomen zie ik een paar ogen, naast ons, honderd meter verderop.

Ik sluip die kant op en onderzoek het gebied wat nader. Ik hoor wat geruis achter wat struikjes en ik vertrouw het voor geen meter… Ik kijk in de richting van m’n vrienden en zie dat ze ook mijn kant op komen dus ik verberg me en ga klaar staan voor actie. Ik trek geruisloos wat dolken. Gammathur is er op een gegeven moment en ziet dat er wat voetsporen ’n bepaalde kant oplopen.

Gamma herkent het als hond-achtige pootafdrukken. We besluiten terug naar de paarden te gaan – het heeft geen zin onnodig aanvaringen met lokale fauna te zoeken.

We reizen twee uur verder. Schnoda klimt weer op paarden-Gamma en we zien het bos wat dichterbij komen. We eten even een hapje en nemen wat rust. De zon schijnt lekker op onze bolletjes en het is een mooie zomerse dag. Zelfs Xurqyn weet te ontspannen. We kibbelen wat en reizen verder.

Links van het pad is kaal, rechts zijn nog wat bomen.

We reizen verder tot het nacht wordt, en zoeken dan wat te eten. Gammathur vindt wat bessen en kruiden om te eten. Dan gaan we slapen. Ik sta eerst op wacht, dan Gamma, dan Schnoda en als laatste Xur.

Xur wordt tijdens zijn wachtronde aangesproken door ’n mens-draak-achtig wezen. Wat er precies gezegd wordt weet ik niet, maar de volgende ochtend vertelt-ie dat hij groot en stevig was en ons allemaal wilde vermoorden, maar dat had-ie toch niet gedaan. Hij leek uit Norgus-Ska te komen. Hij leek ook niks van een boek te weten.
Schnoda vertelt dat-ie wel vaker zulke draken heeft gezien. Het zijn een beetje loners, in dienst van de bergen. Drakenhippies. Kennelijk is het een klein wonder dat we nog leven… Nou ja, ik heb lekker geslapen in ieder geval.

Het pad is van verrassend goede kwaliteit, echte dwergenmakelaardij. Echter wel wat slecht onderhouden. Na erg lang lopen is het weer avond. Er waren geen aftakkingen op het pad, maar het schommelde gemoedelijk naar het zuiden. We hadden af kunnen buigen tussen de bergen door, maar dat deden we niet. De bomen verdwijnen steeds meer, de omgeving is steeds kaler.

De volgende ochtend, na een nachtje lekker slapen, is de mist verdwenen. Schnoda vertelt dat er niet veel van die draakwezens rondlopen. Stuk of twintig, misschien vijfentwintig.

Het is lekker weer. Op een gegeven moeten we door een smalle spleet achter elkaar lopen, maar daar gebeurt verder niks. Xurqyn op z’n pony, Schnoda op paard-Gamma en ik op trouwe ouwe Harriët.

Rond ’n uur of half vijf gaan we een bocht om en zien we opeens een gigantische berg met een toren op de top en een stenen muur helemaal om de voet van de berg heen. De berg is ongeveer vijf kilometer hoog – bizar groot. Gammathur verandert weer in ’n kabouter en zegt dat de toren geen dak lijkt te hebben. De muur is ook kapot, zegt-ie, en de poort is kapot.

We komen dichterbij en zien dat de muren inderdaad pauper zijn. Grote gaten. We kijken of we sporen van de draakmens zien, maar helaas is er niks te vinden. Denken we. Maar Schnoda kijkt ook even goed en concludeert dat er al helemaal niemand meer is geweest. Misschien is de draakmens hier niet geweest?

Nu we dichterbij zijn besluit ik even stil te staan en goed te luisteren en te kijken. De poort valt me op vanwege de bouwstijl – er zitten twee Griekse zuilen op met ‘n timpaan. Erg tof, er jeukt iets achterin m’n hoofd maar ik kan er niet de vinger op leggen. Xurqyn zegt “Hee, die Griekse bouwstijlen hè…”, maar Schnoda onderbreekt ’m en roept “Hee verdomd, dit is net die tempel van Hovala! De bouwstijl is bijna hetzelfde!” En toen hij het zei beseften we ons allemaal dat-ie gelijk had.

Gamma praat met ‘n krekel. De krekel vertelt over z’n familie. Hij heeft geen drakenmeneer voorbij zien komen, helaas. Zelfs geen andere tweebenige wezens. Ze hebben het nog even over konijnen en sluiten het gesprek dan af.

Achter de muur zijn er een aantal afgebrokkelde trappen te zien die de berg opcirkelen. Gammatur is nog aan het kijken maar Xurqyn loopt gewoon recht op de berg af. “Jongens, het is veilig!” roept Gamma en bindt de pony’s vast, binnen de muren. Op de poort stond ook nog iets geschreven, in runen, maar alleen Xurqyn kon die lezen en die was al weg…

In de toren ziet Xur een grote zuilengang die naar een grote troon toeleidt. Links tegen de muur een groot uitgehouwen… iets… in runen, en rechts twee levensgrote (veel grotere) standbeelden van een mannelijke en vrouwelijke dwerg.

Xurqyn gaat aan de slag met de bezigheidstherapie die dwergenrunen zijn terwijl wij de pony’s nog even schoonborstelen en kijken of er genoeg gras in de buurt is om rustig te kunnen grazen.

Als we eenmaal klaar zijn met de pony’s gaan we ook maar naar binnen en zien we Xurqyn druk in de weer met wat runen en het vertalen van de tekens. Hij roept “hee, het zijn namen!” Ik probeer ‘m aan te spreken op dat-ie niet steeds zonder met ons te overleggen in z’n eentje overal naar binnen moet stormen maar dring niet tot ‘m door… Dan moet hij het zelf maar weten. Het is een beste dwerg, maar samenwerken met anderen is niet z’n sterkste kant. Geen wonder dat-ie alleen was voor hij met mij en Gamma samen ging reizen!

Hij mompelt na ’n tijdje iets over ’n orde van salade.

Na ‘n tijdje gaan we weer naar buiten en weten we eindelijk Xurqyn te wijzen op de tekst boven de poort. "Alnor’s keep", staat er, zo blijkt. Ik was inmiddels een beetje afgedwaald (en een beetje gefrustreerd nergens bij betrokken te worden), dus ik begreep de significantie niet helemaal. Na navraag bleek dat we inderdaad nog helemaal niet bij Norgur’s keep zouden kunnen zijn. Enfin, we zijn intussen wel toe aan wat anders dan reizen, dus we gaan weer de troonzaal in. Dalna en Alnor, blijkt bij de twee dwergenstandbeelden te staan.

Achterin de zaal staan twee uitgehouwen tronen en er is verder niks van hout of van stof. Er is ook een trap omhoog. In de zaal lijken kogelgaten in de pilaren te zitten (wat dat ook zijn) en de trap is ook kapot. Bij de verhogingen staan links en rechts ook twee trappen, respectievelijk naar boven en een naar beneden. Op de trappen ligt wat puin.

Gamma bestudeert de trap bij de ingang en zegt dat we rustig omhoog zouden moeten kunnen. Veilig genoeg! Gezien de toren omhoog is en we op zoek zijn naar ‘n dwergenstad (we dachten dat dat Angus’ keep zou zijn maar misschien is het hier wel) gaan we omhoog.

Onderweg naar boven komen we een tempel tegen, met ’n altaar. Xur kijkt intussen vooral naar runen. Xur herkent het als een typische Moradin-tempel. Er is ook een andere deur, waarachter we een grote vierkante ruimte met nog ’n paar deuren en iets dat ooit een haard moet zijn geweest. Achter de haard zien we twee schimmige figuren. Het blijken twee spoken te zijn!

Ik fluister een incantatie naar ze en ze lichten fel op. Vervolgens gooi ik een dolk door ze heen. Ze maken mij in ruil 14 jaar ouder, best kut.

We weten ze te slachten, en mijn twee vrienden blijken me niet te kunnen helpen. Dan gaan we maar naar boven. Daar is ‘n marmeren hal met ’n gapend gat en ’n zwart duisters zwevends iets. Maar dat ziet Xurqyn alleen, want die is weer in z’n eentje vooruitgerend. Het beest begint te gillen, terwijl Gamma er ook naartoe rent. Ik en Schnoda zijn allebei nog beneden op dat moment…

Er spoot gif op de demoon af, uit Gammathur, en het droop van ’m af… Langzaam, verlekkerd haalde het monster zijn tong over de plassen met heet, stomend gif heen. Hij leek er bestand tegen te zijn!

Ik geef Xurqyn een Inspiratiedobbelsteen, dat duurt 10 minuten. We slachten de demoon – voornamelijk Xurqyn eigenlijk. Het scheelt dat hij een klerk is, dan kan hij het zich enigszins veroorloven om rücksichtslos vooruit te stormen. Toch vermoed ik dat dat hem vaak in de problemen gaat brengen, en heel eerlijk gezegd zal ik daar niet heel rouwig om zijn. Hij doet ook niet echt z’n best om met ons samen te werken.

Comments

Kimmer is soms wat nukkig en koppig, als het op teamgenoten aankomt. Vergeef het hem!

Xurqyn de rücksichtslose
steelbas

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.